Image Image Image Image Image
Copyright 2015 Lastmoment

 

Scroll to Top

To Top

Column

06

apr
2012

In Column

By lastmoment

FaceTime met The Jetsons

On 06, apr 2012 | | In Column | By lastmoment

Als tegenhanger van de hun prehistorische buren werden ze in 1962 gelanceerd. Een paar afleveringen maar. Om pas in 1983 weer terug te keren. Ook  maar voor even. Wat ze toen nog niet wisten dat deze familie en hun wereld akelig dichtbij de technologische ontwikkeling zou komen van onze tijd. Niet alles natuurlijk. Maar toch. Ik heb het hier natuurlijk over “The Jetsons”. Wie kent ze niet. De futuristische familie die de strijd aan moest met “The Flinstones”.  George, Jane, Judy, Elroy en de hond, hoe heette die hond ook alweer? Cosmo? Oh nee. Astro!!

Een TV met dolby surround system? Hadden de Jetsons al. Een apparaat waar je eten in een paar tellen gaar was? Hadden de Jetsons ook al. Een zwevende auto? Hadden ze ook. Die maakte zo’n grappig zoemend geluid, weet je nog? Een robot-butler? Natuurlijk hadden ze die. Rosie heette ze. Met schort en al. En……wat mij als kind het meest fascineerde; een telefoon met beeld. Als ze gebeld werden kon George zien wie er belde. “Calm down kids, it’s the office. I don’t want my boss to see the mess you guys made.” Dat vond ik als kind fan-tas-tisch! Niet alleen dat zwarte bakelieten apparaat wat een monotone rinkel gaf. De veel te zware hoorn naar je hoofd halen en verplicht het hele gesprek rondjes draaien op dezelfde plek. Als de Jetsons gebeld werden konden ze het hele huis doorlopen. Sterker nog; ze konden zelfs naar buiten. Ik verzon dat ze ermee naar de supermarkt konden. En nog een telefoongesprek voeren. En je kunt die ander zien!! WOW! Ik hield mijn fantasie maar voor mezelf. Mijn broers en zus zouden me uitgelachen hebben. “Je ziet ze vliegen. Je bent niet wijs. Dat kan echt nooit hoor” zou zeker de reactie zijn. Ik bestempelde mezelf tot fantast. Iedere keer als ik de Jetsons zag vluchtte ik even mee naar 2062. En droomde dat het wel kon.

Mijn telefoon gaat. Ik loop even naar de keuken want ik heb bezoek. De afwasbrigade kakelt er lustig op los. Ik besluit in de tuin te gaan staan. Met mijn vinger schuif ik het gesprek aan. “Hey man, hoe is het? Waar ben je?” Steevast een van de eerste vragen die we krijgen. Waar je bent. Hoe vaak zal het antwoord op die vraag gelogen worden? Heel erg vaak gok ik. Ik doe het zelf ook. Liggend op de bank met een zak chips en en glas wijn. “hey, euh, ik moet eigenlijk even verder. Moet nog wat afmaken vanavond. Ok? Dus ga even ophangen”.  “Nee sorry ben druk nu.” Ik neem een slok van mijn koffie en ga verder met naar buiten staren. “Moet even ophangen. Sorry.” Wat dat dan ook is; even ophangen. Onze kinderen weten echt niet waarom we dat woord nog gebruiken.  Ophangen. Dat is echt  heel erg 1980. Deze term doorstaat gewoon de tand des tijds. Prachtig.

Helaas zijn dat soort leugentjes bijna verleden tijd. Niet meer liegen dat je onderweg bent. Nooit meer zeggen dat je vergadering uitloopt. Geen leugens meer. Geen smoesjes meer. FaceTime. Zien, en gezien worden. Je veel te brakke hoofd in een te klein schermpje. Je hoofd ziet eruit als een verkleurde suikerbiet met ogen. De verhouding klopt niet. Pas als je je armen helemaal strekt ben je tevreden met het beeld. Logisch. Mijn telefoon gaat. Ik sta nog in de tuin. Ik schuif het gesprek aan. “Hey man, je staat in je tuin! Hoe is het?” Ik antwoord. “Wie zijn er allemaal dan? Laat eens zien!” Met mijn telefoon vooruitgestoken als een soort metaaldetector loop ik door mijn huis. Ik ben nu niets meer dan een soort hou-me-even-vast-standaard terwijl de gesprekken van mijn beller van de ene naar de andere aanwezige in mijn woonkamer schieten. “Hou die telefoon eens stil man!” Ik denk aan George Jetson. Het is zover. Gezichtstijd. Nu al?  2062? Mijn fantasie verdwenen. De toekomst het heden.

De columnist

Tags | ,