Image Image Image Image Image
Copyright 2015 Lastmoment

 

Scroll to Top

To Top

Column

15

feb
2013

One Comment

In Column

By lastmoment

Gummen

On 15, feb 2013 | One Comment | In Column | By lastmoment

Ik lees het net op nu.nl. Ik moest er zo van lachen. De NS beweert dat andere landen jaloers zijn op het winterweersysteem van de NS. Sterker nog; de NS beweert vol trots dat andere landen dit systeem graag van ze willen kopen omdat de NS jaren voorop loopt met deze techniek. Ik hoef volgens mij niet uit te leggen waar hun “unieke en vooruitstrevende” technologie uit bestaat. Precies; ze flikkeren gewoon de helft van de treinen uit de dienstregeling en kloppen zichzelf op de borst door te melden dat de treinen op het traject Wolvega-Heerenveen “wel op tijd” rijden.

Wat een fan-tas-tische methode. Sneeuw? Hupakkee, 50 treinen eruit. Vriest het erbij? Een druk op de knop en er verdwijnen direct 40 extra treinen van de radar. Bladeren op het spoor? Is goed voor de uitschakeling van 75 treinen. Briljant bedacht. Ik zou willen dat ik het idee bedacht had en het voor veel geld aan de NS had kunnen verkopen.

Stel je nou eens voor hoe dat is gegaan. Er moet een bestuursvergadering over geweest zijn neem ik aan. Een crisisberaad over het feit dat het niet best gesteld is met de NS, de dienstregeling en het vertrouwen van de consument. Ik zie het volgende voor me: “Mensen, het gaat niet goed. We staan voor lul. Al best lang. We wonen in een land ter grootte van een postzegel en we krijgen het niet voor elkaar de treinen te laten rijden. Wat gaan we hier nou eindelijk eens aan doen?” De groep duurbetaalde bestuurders schrikt uit hun kopje koffie en kijkt elkaar verbaasd aan. “Wat krijgen we nou?” zullen ze gedacht hebben. “Al jaren weet toch iedereen dat onze treinen niet op tijd of helemaal niet rijden.” Dat was een gegeven en dat gegeven werd met verve verdedigd. Slechte wissels, seinstoringen, oud materiaal, chagrijnige conducteurs; alles werd gebruikt om de passagier om de tuin te leiden. De morrende massa had zich al neergelegd bij een dramatisch functionerend netwerk. Vanwaar nu ineens die vraag: “Wat gaan we er aan doen?” Vanwaar ineens die ijver om het te veranderen? Het blijft stil. Een aantal bestuurders kijken elkaar zwijgend aan. “Ja, wat nu?” Aan de hoek van de tafel zakt er één  iets dieper in zijn stoel en begint wat ongemakkelijk met potlood op het lege vel van zijn verse schrijfblok te krassen. Datzelfde schrijfblok dat elke meeting weer klaarligt en steevast onaangeroerd achterblijft in de vergaderruimte. Het spoor wat het gekras  achterlaat is nietszeggend. Er staat niets en het lijkt nergens op. Op de achterkant van het potlood zit een ouderwets gummetje. Zo’n harde, kleine rode gum die niet fijn gumt en veel gumschaafsel achterlaat. De bestuurder begint te gummen. Het rode schaafsel vliegt over het velletje. Steeds harder begint hij te gummen. Wat heerlijk is dit denkt hij bij zichzelf en gumt zichzelf een praktisch leeg vel. Het nietszeggende gekras is geminimaliseerd tot krassen in het papier. EUREKA!

“Ik weet het!!” De rest van de tafel schrikt zichtbaar wakker uit een droomwereld. De stilte wordt bruut verstoord door deze kreet. “We gummen ze uit!” Zijn tafelgenoten gniffelen. “We gummen ze uit?!? Ben je dronken? Wat bedoel je?” De gummer staat op en lijkt bevlogen of liever nog; bezeten! Hij begint een relaas over problemen en onoplosbaarheid. Een relaas over eeuwig voor lul staan en dat het inderdaad zo niet verder kan. “We gummen ze gewoon uit!!”
“Weg probleem. We zien ze niet meer. Ze bestaan niet meer. Ze doen even niet meer mee omdat ze zijn uitgegumd. Dan ook uit het niets zijn ze er toch weer, mogen ze wèl weer meedoen. Net zo lang tot het weer weer lullig wordt; gummen we ze gewoon opnieuw uit! Want wat er niet is kan geen probleem opleveren toch? Voor wat we niet doen kunnen we niet gestraft worden toch? Wij moeten treinen laten rijden. Op tijd. Dat lukt ons niet. Dus als we ze niet laten rijden kunnen we ook niet gestraft worden voor het feit dat ze niet rijden. Want ze rijden niet. En we noemen dat de “winterweerregeling”. Wat wel rijdt zal dan rijden. Laten we zorgen dat dat er dan nog wel een paar zijn. Die rijden dan wel op tijd, en al het andere gummen we uit de dienstregeling!” De bestuurder, niet te verwarren met machinist, loopt rood aan van opwinding. De rest kijkt elkaar aan. Gelukzalig. Er rolt een traan. Wat een perfect idee. Dronken van geluk vallen ze elkaar in de armen. Ze zwaaien met de achterkant van hun potloodjes naar elkaar. “We gummen ze uit!” Steeds harder klinkt de kreet. “Gummen. Gummen. Gummen. Gummen!”

Ze besluiten het te doen. Ze gummen dat het een lieve lust is. Intercity of stoptrein; geen treinstel is veilig. Weg ermee. De geboorte van de aangepaste dienstregeling. De kunst van het weglaten in optima forma. Tot in de perfectie uitgevoerd.

 

Ze zijn trots. Het idee gaat de wereld over. Andere landen willen het kopen? “We kunnen zelfs een dag van tevoren omschakelen naar de aangepaste dienstregeling.” Nu weet je hoe. Gummen. De passagiers hebben het maar te accepteren. Een kopje koffie als schrale troost en stampvolle treinen. Maar ze rijden wel. Via Zwolle naar Den Haag. Via Leeuwarden naar Maastricht. Je komt er wel. Ooit. Ik heb mezelf inmiddels uit de trein gegumd. Heb de NS uit mijn systeem gegumd. Ik doe er niet meer aan mee. Liever drie uur in de file. Heerlijk. Dat idee is trouwens ook te koop.

 

 

 

Comments

  1. Wat een verhaal ja. Briljant weer van de columnist!

Submit a Comment